De ontstaansgeschiedenis van Zoetermeer [5]
De bodem van Zoetermeer bestond in de
middeleeuwen uit een metersdikke veenlaag, waarop landbouw kon worden bedreven.
Door het graven van slootjes werd het land afgewaterd. Op den duur klonk
hierdoor het veen in en nam de wateroverlast toe. In de 15e eeuw, toen de
eerste polderdijkjes allang verschenen waren, ging men over tot bemaling door
middel van molens. Het land bleef hiermee tot op zekere hoogte droog. Het veen
bleek na droging een uitstekende brandstof (turf) te vormen, waarmee - wat
Zoetermeer betreft - vooral de Delftse bierbrouwers eeuwenlang hun voordeel
hebben gedaan. Door de turfstekerij ontstonden echter enorme waterplassen. De
turf was namelijk zo in trek dat men rond 1500 overging tot slagturven, waarbij
het complete veenpakket tot op de kleilaag - dus tot meters onder de
waterspiegel - werd opgebaggerd. Honderden hectaren veenland verdwenen op die
manier letterlijk in het water en de ontstane binnenzeetjes vormden een
voortdurende bedreiging voor de smalle veenstroken waarop de huizen stonden.
Het zou tot in de 19e eeuw duren voordat al het land door droogmakingen weer
was teruggewonnen.
In de lijst met publicaties vindt u ook een aantal boeken die gaan
over de turfwinning en droogmakerijen in Zoetermeer.
publicaties vindt u een aantal boeken die
handelen over de geschiedenis van Zoetermeer.
Volgend: Ontzet van Leiden
© 2007 Historisch Genootschap Oud Soetermeer.
webmaster@oudsoetermeer.nl